INHOUDSOPGAVE
In XS Connect is het mogelijk om Documenten te versturen via SIVI. Dit geldt naast voor traject- en spreekuurdocumenten tegenwoordig ook voor uploaddocumenten.
Indien je traject- of spreekuurdocumenten wil versturen die eerst beoordeeld moeten worden, houdt de koppeling automatisch rekening met de beoordelingsstatus. Documenten worden dan pas geëxporteerd nadat deze goedgekeurd zijn.
Voordat je begin aan het configureren van de integratie dien je een conversiegroep aan te maken. Meer informatie over conversiegroepen vind je hier.
Aanmaken Conversiegroep
Het is belangrijk dat voor iedere klant een aparte conversiegroep wordt aangemaakt omdat klanten verschillende codes kunnen hanteren voor hetzelfde document.
Voeg een conversiegroep toe en voeg vervolgens een conversie sleutel toe.

Kies hier voor ‘Documents’

Kies nogmaals voor ‘toevoegen gegeven’. Hier kun je de documenten selecteren.

Hieronder kun je het document selecteren waar je een andere waarde aan wilt geven. Je hebt hier ook een zoekfunctie.

Als je het document geselecteerd hebt klik dan op het potloodje om de waarde van de import of export in te geven.

Voeg hier de waarde in die de klant wilt ontvangen voor het betreffende document.
Let op: het is nog niet mogelijk om een waarde meer dan één keer toe te voegen. Dit kan enkel via de database.

In XS Connect een Export koppeling aanmaken

Het configureren van de koppeling

- Naam van de map. Bij een otherside SFTP is het belangrijk dat de klant weet wat de naam van de map is. Bij een Externe FTP is het belangrijk dat je hier de naam hanteert die de klant doorgeeft. Zorg dat de naam duidelijk de inhoud beschrijft.
- Kies hier voor Sivi Documenten (het template dat je bij stap 2 hebt aangezet).
- Kies hier voor of Traject- en Spreekuurdocumenten of voor Uploaddocumenten.
- Kies hier de Conversiegroep die je hebt gemaakt.
- Kies hier het Sivi format waarin je de documenten wilt versturen, als je automatisch de laatste versie wilt gebruiken op basis van het laatste SIVI importbestand kun je de keuze 'Op basis van laatste SIVI importbestand' selecteren. Indien er nog geen importberichten zijn binnen gekomen op het moment dat de export van een documenten vereist is, zal de koppeling terugvallen op de laatste ‘major’ SIVI-jaargang. Dat is momenteel SIVI 2024.
- Stem de Inzender met de relatie af.
- Stem de Ontvanger met de relatie af.
- Stem dit met de relatie af, wat wordt er gehanteerd als VrzmgvlId? Wordt hiervoor het interne trajectID gehanteerd of het externe trajectID?
- Stem dit af met de klant. Wij verzenden het veld ‘IdWrknmr’, dit veld kan gevuld worden met: Intern Id, Extern Id, Burgerservicenummer, Personeelsnummer of Object ID.
- Stem dit af met de klant. Wij verzenden het veld 'IdWrkgvrArbdnst', dit veld kan gevuld worden met: Intern Id, Extern Id, Werkgevercode, Debiteurennummer of Arbodienst.
- Stem dit af met de klant. Wij verzenden het veld 'AansltnrGeguitwIngArbdnst', dit veld kan gevuld worden met: Intern Id, Extern Id, Werkgevercode, Debiteurennummer of Arbodienst.
- Hier kun je aangeven hoe de bestandsnaam die ontvangen wordt, is samengesteld. Verder op deze pagina lees je hoe je deze kan instellen.
Scope van de export aanpassen op basis van kenmerken
Binnen de Xpert Suite is het mogelijk om op verschillende entiteiten kenmerken te plaatsen. Deze kenmerken kun je gebruiken als exportvoorwaarde binnen de documentenexports. Hierdoor kun je binnen de scope van het koppelingenaccount een extra nuance aanbrengen welke werkgevers en/of werknemers je wilt opnemen in de documentenexport. Zo kun je zelfs documentenexports inrichten voor individuele werknemers, of voor een subset van de populatie die in het klantaccount zit.
Bij het instellen van de exportconfiguratie zijn er twee velden:
• Filter werkgever kenmerken
• Filter dossierobject kenmerken
Als hier niets ingevuld staat, zal de documentenexport voor alle werkgevers en werknemers in het klantaccount de geconfigureerde documenten exporteren. Het instellen van een bepaald werkgeverkenmerk resulteert in een documentenexport voor alle werkgevers van het koppelingenaccount die het ingevulde kenmerk bevatten. Het instellen van een bepaald dossierobjectkenmerk resulteert in een documentenexport alleen voor de werknemers die binnen de scope van het koppelingenaccount vallen èn het betreffende kenmerk bevatten. In deze velden moet de kenmerkcode worden ingevuld.

Bestandsnaam instellen bij documentenexport
Bij het instellen van de export is er de optie ‘Opbouw bestandsnaam zonder extensie’.

Voor Sivi en Afas gaat het om de naam van het bestand in het xml-bericht. Voor de PDFexport gaat het om het geëxporteerde bestand zelf. De volgende opties tussen accolades worden ondersteund.


Tekst buiten de accolades wordt als vrije tekst opgenomen in de bestandsnaam.
Opties
Naast de eerder genoemde configuratie te hebben ingesteld, zijn er nog een paar zaken waar over nagedacht moet worden.

De standaard vulling van het veld DatEerstVrzmdg bij een SIVI documentenexport wordt gevuld met de trajectstartdatum van het enkelvoudige traject. Dit houdt in dat bij samengesteld verzuim de startdatum van het meest actuele traject wordt meegestuurd. Er is een setting waarmee je van deze standaard werking kan afwijken. Door de checkbox ‘UseFirstIllnessReportDate’ aan te zetten, wordt bij samengesteld verzuim het veld DatEerstVrzmdg gevuld met de startdatum van het eerste traject.

Het is mogelijk om een logregel te laten plaatsen op het ORA als een document is geëxporteerd. Hiervoor dient het vinkje 'Melding op het ORA wegschrijven' ingeschakeld te zijn. De logregel geeft documentnaam, de tijd van export, en de naam van het klantaccount door middel waarvan het document is geëxporteerd weer.

Standaard worden alleen documenten geëxporteerd die gekoppeld zijn aan een ziektetraject. Het vinkje 'Exporteer trajectonafhankelijke documenten' zorgt ervoor dat ook documenten die niet zijn gekoppeld aan een traject geëxporteerd worden.


Onder 'Submap op de FTP server' geef je de naam van de map waaronder de ontvangende partij deze in de SFTP wil ontvangen. Dit stem je af met de klant.

Daarnaast heb je ook nog de mogelijkheden tot:
1. De bestanden een tijdelijke naam te geven bij het uploaden.
2. Het bestand te laten verwijderen na de upload naar de SFTP.
3. Alleen wanneer er een fout in de aanroep is, een API log mailen.
4. De technische logging tijdelijk inschakelen. Wanneer je dit aanvinkt krijg je de keuze tot wanneer je de technische logging ingeschakeld wilt houden.